zaterdag 14 oktober 2017

Het zat niet mee....

Ik zeg het niet vaak, maar in de afgelopen week zat het niet mee. Alles komt dan tegelijk, zo lijkt het. Youri wordt met de ambulance thuis opgehaald en naar het ziekenhuis gebracht; Cas wordt ziek zo vlak voor de vakantieweek op Gran Canaria ter gelegenheid van de huwelijksverjaardag van de schoonouders van onze jongste. (Proficiat nog hoor Jos en Diny!) ; de auto geeft er de brui aan en dan is er nog de scootmobiel-soap. Allemaal niet dodelijk, maar voor mij voldoende reden om er gestrest van te raken. Ja zo ben ik nou eenmaal, al zou ik wel anders willen.
Na een nachtje ziekenhuis samen met mama knapte onze Youri gelukkig weer wat op, al kan je nog goed aan hem zien, dat hij echt een gezondheidsprobleem heeft gehad. Normaal is hij zo’n schoolvoorbeeld van ‘Hollands Welvaren, ‘nu was hij vaalgrijs en grauw van kleur en niet zo actief als anders. Cas op zijn beurt zag dan weliswaar niet zo vaal maar zijn waterige oogjes spraken boekdelen. Hij wilde woensdag het liefst bij oma zijn. Slofjes en pyamaatje aan. De autootjes die anders op de vensterbank in de keuken moeten, hoefden niet eens van stal te worden gehaald. Zonder aanwijsbare reden ging de anders zo levenslustige Cas klaaglijk huilen. Een bezoekje aan de dokter met het oog op zijn vakantie die gisteren begon, bracht uitkomst. Met de medicijnen knapte hij een beetje op, maar het bleef bij ’n beetje’. Zijn eerste vliegreis verliep goed. Zevenendertig graden was het gisteren tegen de avond op Gran Canaria. Je zou het voor minder doen.....
Gisteravond kreeg het manneke toch weer koorts. Vanochtend bleek dat hij slecht had geslapen op zijn dunne matrasje, maar hij was desondanks vrolijk. Hopelijk knapt hij snel op.
En dan onze auto. Op 19 september moest ik er de wegenwacht al bij halen. De accu was leeg. “misschien iets aan laten staan”. Woensdag was het weer raak. Ik kon met de sleutel mijn auto weer niet in. Weer de wegenwacht gebeld op donderdagochtend. Die mannen zijn er echt snel. Weer gekeken, accu doorgemeten. Bleek het toch de accu te zijn en dat terwijl bij de meting een halve maand geleden er niks aan de hand leek. “laadstroom defect”, zo gaf de boordcomputer aan. Om kort gte gaan: de nieuwe accu zit er in, al was de oude nog maar net twee jaar oud. Maar ja chemisch kan er ook wel eens iets fout gaan. Gisteravond konden we in elk geval naar onze oudste zoon en zijn vriendin in Utrecht. Gezellig. Heerlijke boerenkool gegeten, bijgepraat en vakantiefoto’s gekeken. Er leek geen vuiltje meer aan de lucht met de auto. Tommy en Nienke zijn ook weer aan het bijkomen van een ‘tropenvakantie’. Ben ik blij dat zij weer terug zijn uit Vietnam. Zeker toen ik gisteren las dat er vanwege noodweer tientallen doden waren gevallen deze week...
De scootmobiel-soap begon maandag. De cabrio moest gewisseld worden. Ik kreeg een lage veredelde keukenstoel terug met een motor die slechts een slakkengang produceerde. Ik kon met mijn lange benen niet tussen het stuur en te kleine zitting. Donderdag zouden ze terug komen met een andere. Wie er ook kwam; Medipoint niet. “Vrijdag bent u de eerste”. Om twaalf uur waren ze nog niet geweest. Zouden ze denken dat gebruikers van een scootmobiel thuis achter de geraniums zitten, dus dat zij kunnen komen wanneer het hen uitkomt? Ik wil er maar geen woorden meer over vuil maken.
Over Anne Faber en haar tragische dood is op sociale media al veel gezegd. Ik denk vooral nog aan de nabestaanden. Ik laat het voor de rest bij mijn ontevreden gevoel over het Nederlandse wets- en rechtssysteem in deze en dergelijke onverkwikkelijke affaires.
Er waren gelukkig ook nog leuke dingen te melden. Anouk en Robyn, die het op school goed naar haar zin heeft, hadden het als ‘leesmonsters’ prima naar hun zin met de kinderboekenweek. Het ging over ‘Eng’ geloof ik. Nou dat is niet aan dovemansoren gezegd tegen ons Anouk. Oh ja, maandag komt Renée. Zo zag ik in onze volle agenda. Er moet een mascotte worden gemaakt voor het hockeyteam. Nou dan is ze bij oma aan het juiste adres; dan kan ze meehelpen. Het is immers Herfstvakantie. Ik zou het haast vergeten.
(Bron: Familiearchief f.van son: zo maar een week 2017)







zaterdag 7 oktober 2017

Nóg steeds onbegrijpelijk....


In de afgelopen week bezochten José en ik Nationaal Museum Kamp Vught. We gingen er met leerlingen wel eens naar toe, toen ik nog geschiedenisles gaf. Maar gelet op mijn lopen met krukken, ging ik nooit mee. Ik zou hen alleen maar tot last zijn geweest. Nu wel samen met José.
Het lijkt een passend plekje van het museumgebouw naast de zwaarbewaakte , inrichting in de Vughtse bossen. Maar dat is maar schijn. Elke vergelijking gaat mank. De mensen die ooit gedwongen in Kamp Vught zaten, hadden niets misdaan. Die nu in Vughtse gevangenis zitten, duidelijk wel. De huidige gedetineerden daar krijgen zoveel bezoek en er werken zoveel mensen in de Penitentiaire instelling, dat bezoekers van het museum niet of nauwelijks een parkeerplaats kunnen vinden. Ik heb er zelf ook tien minuten stapvoets rondgereden. “Parkeer maar niet aan de kant van de weg, want dan heeft u onherroeplijk een bon te pakken”. Het was alsof de vriendelijke dame achter de museumbalie zich haast schuldig voelde. Er stonden ook 2 bussen, waarvan één Duitse. Ik weet al –sinds ik in Berlijn met José het indrukwekkende Holocaust museum bezocht-, dat de Duitsers beter met hun verleden omgaan dan dat wij dat doen.
Goed dat er Duitse schooljeugd was in het museum. Er is veel te zien in het museum dat in 2016 van de BankGiroloterij het predikaat  ‘Beste van Nederland’ kreeg. Veel uitleg bij de vele gebruiksvoorwerpen en ook ooggetuigeverhalen die op kleine beeldschermpjes door de betrokkenen zelf worden verteld. De kampkleding geeft me al een raar gevoel. Met stijgende ergernis vraag ik me nog steeds af, hoe mensen dit elkaar kunnen aandoen.
Dat gevoel wordt alleen maar groter als je de expositie buiten ziet. Onheilspellende betonpalen met prikkeldraad ertussen, water achter het prikkeldraad en wachttorens. Er is ook een barak nagebouwd met slaapzaal, compleet met bedden en de eetruimte met houten banken. Ingrijpender wordt het als je daarna het crematorium doorloopt. Een ontleedtafel, twee ovens en een mobiele oven. Ik moest weer denken aan concentratiekamp Gusen-Mauthausen in Oostenrijk, dat ik samen met een deel van mijn gezin bezocht tijdens een vakantie in Tsjechië. Daar stonden dezelfde ovens. En nog was het niet ten einde. Een monument met daarop honderden namen van vermoorde Joodse kinderen. 1 maand oud, las ik, 3 maanden, 4 jaar, 13 jaar. Wat moet je een ongelooflijke plank voor je kop hebben, als je kinderen sowieso van het leven kunt beroven, gewoon omdat ze Joods zijn. Je ziet ook de twee asputten, waarin de as van de vermoorde mensen in het kamp is verzameld en een aantallen stenen gedenkplaten met namen erop en grote zwarte teervlekken. Ik voel machteloosheid in me opkomen, als ik de uitleg lees. In 1995 heeft een aantal eencelligen de stenen besmeurd met teer. Hoe kom je op het idee. Het gedicht erbij vond ik zeer passend. Ja. Zo moet je die dingen bekijken!
Moet je nou naar zo’n soort museum gaan, met je vrouw of met kinderen? Ja. Zodat ze kunnen zien wat er gebeurd is en dát het gebeurd is. Wat mensen andere mensen aan kunnen doen. Voor mij zo’n krappe 10 jaar voordat ik geboren werd. Dat kan je je toch niet voorstellen.... De kop koffie na afloop deed ons goed. Ik wilde ook nog naar de fusiladeplaats lopen, maar dat haalde ik niet. Gewoon te ver het bos in over een pad die de ongelukkigen destijds ook moesten lopen. We zijn naar huis gegaan. Heerlijk is het dan, als de rest van de week wordt opgefleurd omdat ook Robyn een nachtje kwam,  Anouk, Cas en Youri nog langskwamen. Onwillekeurig hoop je dan, dat zij zulke dingen nooit moeten meemaken.  En ik ? Ik ben blij dat ik gegaan ben naar Vught. Hoe gek dat misschien ook klinkt.
(Bron: familiearchief f. Van son: nationaal museum kamp Vught 2017).









zaterdag 30 september 2017

Een penseel en koudbloedige dieren......

Ik heb José deze week ook eens vaak aan het werk gezien, zoals zij mij ook vaak aan mijn genealogiehobby bezig ziet. Kunstschilderen bedoel ik dan. Ze is deze week vol overgave aan het kwasten geweest. Vrijwel elk vrij moment naast haar veel andere wekelijkse taken werkte ze om haar nieuwe kunstschilderstuk vorm te geven. Dezelfde idee uitvoeren in vier verschillende kunstuitingen: olieverf, aquarel, houtskool en acrylverf. Ze hanteert vaardig haar penselen en dat gaat haar prima af. Eindelijk best jammer dat de meeste kunstenaars tijdens hun leven niet voldoende geëerd worden. Vaak blijkt pas later dat hun werk wordt gewaardeerd en soms veel opbrengt. We konden het nu eigenlijk best goed gebruiken. Maar José kan er haar hele ziel en zaligheid in leggen. Ze doet het met heel veel plezier en dat is ook veel waard.
Donderdagochtend geen schilderskwast. We zijn met Youri naar Breda geweest. Om precies te zijn naar het Reptielenhuis De Aarde. Ik was er nog nooit geweest. José wel. Heerlijk rustig daar en prachtige ruime verblijven voor de meest vreemde koudbloedige dieren. Van een reuzenpad tot een vlekpython, en ander glibberig gedierte, dat zich lag op te warmen onder een lamp.  Verder grote spinnen en grote en kleine varanen en de giftige reuzenpad. Zeer de moeite waard, dat kan ik best zeggen. Boven en beneden een compact Reptielenhuis met bijzonder enthousiast personeel dat vertelt, ook al vraag je er niet om.
Wat ook zo prettig was, Youri is onze dinosaurus-fanaat bij uitstek. Laten ze daar nou heel veel kleine en grote dinosaurussen hebben om mee te spelen. Toen de tocht langs de verblijven achter de rug was, hadden we dan ook geen kind meer aan Youri. Het was een echte verrassing, zeker toen hij ook nog een pakje drinken en chips kreeg. Iets anders om te eten is er jammer genoeg niet.
Of ik misschien een slang wilde vasthouden......! Nou nee, dat is aan mij niet besteed en aan Youri ook niet. Oma José wilde wel. De Heldin! Iedereen noemde een slang maar erg koud. Nee. Dat hoef ik niet te voelen. Ik kijk wel op eerbiedige afstand. Heb het niet zo op die dieren. Vissen in mijn eigen aquarium en onze Croky vind ik voldoende, ook al happen die vissen naar het baasje.
Later werden ook de grote wurgslangen gevoerd met een –overigens dood- konijn. Youri keek vanuit de verte toe. “De slang knuffelt het konijntje”, wist hij te vertellen. Al met al een leuk uitstapje. Doodmoe viel hij op de weg terug in slaap.
Het was een  gevarieerde week. José en ik moesten ook naar de tandarts. Geen gaatjes. Pas in september volgend jaar terugkomen! Mooi zo. Op woensdag waren we in het Antoniusziekenhuis in Nieuwegein voor een CT-scan van mijn longen. Het beeld beviel de arts kennelijk, want ik mag als het aan hem ligt pas over 5 jaar nog zo’n scan laten maken. Hij moest nog wel even beter kijken samen met de radiologe, maar verwachtte geen bijzonderheden. “Ik bel u wel!”, zo liet hij weten. Wat een heerlijk ziekenhuis;  meteen dezelfde dag de uitslag in een gesprek met de behandelend arts.
Zoon Tommy in Utrecht knapt gelukkig weer wat op van zijn ziekte, opgelopen in Vietnam of Cambodja. Veel kilo’s afgevallen en nog behoorlijk slap, maar alweer aan de beterende hand. Een zucht van verlichting. Donderdagavond gemeenteraad. Niet zo veel zinnigs over te melden om eerlijk te zijn. Oh ja en precies een week geleden op de zaterdagmiddag was ik met José bij het optreden ‘Van Vrienden voor Vrienden’. Ook vanuit de schilderclub. Ben ook meegegaan. Gezellig en de moeite waard. Daarna snel Emma en Renée opgehaald voor een logeernachtje bij oma en opa. Zeg maar eens dat mijn weken sinds mijn pensionering niet gezellig, interessant en gevarieerd zijn.....
En ik heb genoten van de kleindochters die oma’s zelfgebakken frietjes weer zo lekker vonden en van Youri. Je had die gezichtjes zelf eens moeten zien.......
(Bron: familiearchief f.v.son; schilderen, logeren en Reptielenhuis 2017) 









zaterdag 23 september 2017

Eens maar nooit weer....


De autosleutel gaf dinsdag geen signaal. Nieuw batterijtje erin. Maar ook met nieuwe batterijtjes kon ik de auto niet in, laat staan dat hij gestart kon worden. Ik zag –zwartkijker die ik ben- onze auto al volledig kapot zijn...... Gelukkig geldt nog steeds: “de mens lijdt het meest van het lijden dat hij vreest”, zo hield ons Ma mij altijd voor. Ze had wéér gelijk. Ten einde raad belde ik de wegenwacht. Zijn we tenslotte lid van. Een alleraardigste en behulpzame man die al 18 jaar wegenwachter was en al veertig jaar “in de auto’s” zat, had het snel gezien. Waar wij dachten dat de electronische sleutel kapot was, zei hij dat de accu leeg was. Hij laadde hem een stukje op en controleerde of hij niet leeg liep. Er was niets met de accu aan de hand. Nou kon die man natuurlijk een uur zijn accuoplader erop zetten, maar daar heeft de ANWB uiteraard geen tijd voor. Daarom het advies ”ga maar een flink stuk rijden. Zo’n 200 kilometer was wijs”. Dus wij even zo ongeveer op en neer naar Vlissingen.
Gisteren iets heel anders; de ‘50+ beurs’. Die mogen we niet missen, zo stond er op de vrijkaartjes die we van onze aardige buurvrouw kregen. Met die 2 tickets vrijdag naar Utrecht dus. Drommen leeftijdsgenoten achterna, zo merkten we. Hallen in vol met stands waarin goedwillende –voor het merendeel dertigers en veertigers- je van alles willen aansmeren dat “heel goed” voor je is. Dat was niet zo erg. Daar kan je immers gewoon aan voorbij. Dat dachten we. Nou, nee dus. In een rij met de stroom mee, totdat er één van die -wat al te opdringerige- leeftijdsgenoten ineens midden op de pad blijft staan en,  roltas of gratis tas achter zich aanslepend en iedereen wegduwend, op de eerste rij wil bij een stand. Omdat ze daar foldertjes weggeven of een gratis nieszeggend tijdschrift en andere prullaria die je buiten de beurs geen blik waardig zou gunnen. En dan dat constante rumoer van oudjes en standhouders die al pratend voorbij lopen. Ik heb –werkelijk waar- nog nooit zo’n stelletje halve zolen bij elkaar gezien. Neerploffend bij elke koffiestand; gek op alles wat ‘gratis’ is. En na de koffie zich gedragend alsof ze alleen op de wereld zijn: om zich heen duwend, trekkend aan de roltas die links en rechts over de tenen van anderen rolt. Veel roltasslepers en slachtoffers merkten het niet eens, schichtig om zich heen kijkend, tuk op de volgende gratis dingen. In de stand de mensen die met een microfoontje langs hun mond, door elkaar heenpratend, hun van buitengeleerde riedeltje uitspatten over de kritiekloze 50-plussers; boven de 50 maar in al die jaren sinds hun kindertijd kennelijk niks bijgeleerd.Sorry buurvrouw!
We hebben de Huishoudbeurs altijd al links laten liggen. Iets dat we voortaan ook met deze beurs zullen doen. Goed om dat een keer mee te maken. Heel veel 50 plussers gedragen zich alsof ze nog nooit een standje hebben gezien, gek op gratis, gek op volop drukte. Niet zo gek dat wij na al krap 2 uurtjes, doodmoe van het slenteren en het rumoer in een aantal hallen weer op weg waren naar de auto. We hebben veel dingen en een paar hallen zeker niet gezien. Vonden het niet nodig om naar hal 11 te gaan voor het ‘gratis cadeau’.  Genoeg is genoeg.  “Leuk geweest” wilde een vrouw van bijna middelbare leeftijd bij de uitgang weten? “Ja hoor”, zeiden wij, terwijl we dachten ‘Dat nooit weer’. Maar of ze het geloofde? Een onvergetelijk uitje, een ervaring rijker.
Op de weg terug had José voor een worstenbroodje en eierkoek met boter en suiker gezorgd. Zij weet precies waarmee je een mens echt een groot plezier kan doen. 
(Bron: familiearchief f.van son, 50+ beurs jaarbeurs utrecht 2017)